Conclusie Consumentenbond over 84% tegen gokreclame te kort door de bocht
Vorige week publiceerde de Consumentenbond een artikel met een stevige boodschap: 84% van de panelleden is voor een totaalverbod op gokreclame. Die conclusie werd snel en breed opgepikt door media en politici, vaak letterlijk overgenomen.
Omdat zo’n percentage grote gevolgen kan hebben in het maatschappelijke en politieke debat, heeft Intikkertje de Consumentenbond gevraagd hoe deze conclusie precies tot stand is gekomen. Welke vragen zijn gesteld? En wat is er daadwerkelijk gemeten?
Wat is er gevraagd?
Uit de toelichting van de Consumentenbond blijkt dat het percentage van 84% volledig is gebaseerd op één vraag. Die vraag werd gesteld na een korte context over online gokken sinds de legalisering. Daarbij werd onder meer benoemd dat het aantal mensen dat is gaan gokken is toegenomen, dat een groot deel van de huidige spelers na legalisatie is gestart en dat gokreclame voor personen onder de 24 jaar al verboden is.
Vervolgens werd de volgende vraag gesteld:
Moet reclame voor online gokken helemaal verboden worden?
Respondenten konden kiezen uit: (zeer) eens, neutraal, (zeer) oneens of geen mening.
Een cruciaal punt is dat deelnemers niet expliciet is gevraagd of zij in algemene zin voor of tegen een totaalverbod op gokreclame zijn, los van context of toelichting. Die neutrale nulvraag is niet afzonderlijk gesteld.
De vraag is geplaatst binnen een vooraf geschetst kader over groei van het aantal spelers en bestaande beschermingsmaatregelen. Dat maakt het antwoord contextgevoelig.
Dat is iets anders dan steun voor een algemeen, onvoorwaardelijk verbod. Door die context in de communicatie weg te laten, wordt een oordeel dat binnen een specifiek kader tot stand komt gepresenteerd als een algemene overtuiging.
Welke vraag had dan gesteld moeten worden?
Als je wilt vaststellen of mensen werkelijk voor een totaalverbod op gokreclame zijn, had minimaal deze vraag afzonderlijk gesteld moeten worden:
Bent u voor of tegen een totaalverbod op reclame voor online gokken?
Alleen met zo’n directe, contextloze vraag kun je zonder voorbehoud zeggen dat een bepaald percentage voor een totaalverbod is.
Nog beter was geweest om beide vragen te stellen: eerst naar de algemene houding, daarna naar de vraag binnen context.
Dan wordt zichtbaar wie principieel voor of tegen is, en wie pas binnen bepaalde omstandigheden een verbod gerechtvaardigd vindt. Juist dat onderscheid is relevant voor beleid.
Wat de 84% wél zegt en wat niet
Op basis van de daadwerkelijk gestelde vraag kan hooguit worden geconcludeerd dat 84% van de panelleden, binnen de geschetste context over groei van het aantal spelers en bestaande beschermingsmaatregelen, vindt dat gokreclame helemaal verboden zou moeten worden.
Dat is iets anders dan “84% is voor een totaalverbod op gokreclame”, of nog stelliger zoals in de kop wordt genoemd: “Consumenten voor totaalverbod gokreclame”.
Die laatste formulering suggereert een breed en onvoorwaardelijk maatschappelijk draagvlak, terwijl dat in het onderzoek niet expliciet en contextloos is gemeten.
Hoe zit het met de representativiteit?
Het Consumentenbond-panel bestaat uit meer dan 33.000 leden. Dit specifieke onderzoek is ingevuld door ongeveer 1.800 panelleden. Dat aantal is op zichzelf niet ongebruikelijk. Representativiteit gaat echter niet alleen over aantallen, maar ook over wie reageert.
Omdat deelname vrijwillig is en niet bekend is hoeveel panelleden zijn uitgenodigd, is niet vast te stellen in hoeverre zelfselectie een rol heeft gespeeld. Dat maakt het lastig om de uitkomsten één op één te vertalen naar een algemeen maatschappelijk draagvlak.
Bij vrijwillige panels speelt namelijk altijd het risico van zelfselectie. Mensen die zich sterk betrokken voelen bij een onderwerp zijn eerder geneigd een enquête in te vullen. Dat maakt een uitkomst niet automatisch onbruikbaar, maar wel gevoeliger voor vertekening.
Ter vergelijking: een enquête over vervuiling van zeeën zal relatief vaker worden ingevuld door mensen die begaan zijn met milieu en natuur. Dat zegt iets over betrokkenheid, maar niet automatisch over de gemiddelde mening in de samenleving.
Omdat de volledige vragenlijst niet wordt gedeeld, is het bovendien lastig te beoordelen of context of volgorde van vragen invloed heeft gehad op de antwoorden.
Wat zegt dit onderzoek wél?
Het onderzoek laat zien dat veel consumenten zich zorgen maken over de ontwikkeling van online gokken, strengere maatregelen verdedigbaar vinden bij toenemende deelname en verwachten dat aanbieders consumenten beschermen en regels naleven.
Dat zijn signalen die serieus genomen moeten worden.
Tegelijkertijd kan niet worden gesteld dat 84% van de consumenten onvoorwaardelijk voor een totaalverbod op gokreclame is. Die conclusie gaat verder dan de vraagstelling en opzet van het onderzoek rechtvaardigen.
De Consumentenbond heeft een relevante vraag gesteld, maar de uitkomst daarvan vervolgens breder gecommuniceerd dan de meting strikt genomen toelaat. Wie het percentage van 84% gebruikt in het debat over gokreclame, doet er goed aan die nuance te benoemen.
Niet om het probleem te bagatelliseren, maar om het debat eerlijk te voeren.
Stefan is oprichter van de website Intikkertje en is al zijn hele leven geïnteresseerd in wedden op sport en casino’s.
Hij schrijft graag over de ontwikkelingen en nieuwtjes op casinogebied. Ook bezoekt hij de online casino's en beoordeelt deze in casino reviews.
Vijftien jaar geleden startte hij deze website als voetbalpoule platform waar inmiddels meer dan 400.000 voetbalfans een poule invulden.

